ECLI:NL:HR:2012:BW7006
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Toepassing prospectusplicht bij executoriale verkoop van certificaten van aandelen
In deze zaak staat centraal of de prospectusplicht uit art. 5:2 Wet Pro op het financieel toezicht (Wft), die voortvloeit uit de Prospectusrichtlijn, ook geldt voor executoriale verkoop van in beslag genomen certificaten van aandelen. De executoriale verkoop betreft certificaten van aandelen in Global Hail Group B.V., die ondergebracht zijn in een Stichting Administratiekantoor (STAK). De rechtbank had geoordeeld dat de prospectusplicht niet van toepassing is op deze executoriale verkoop, een oordeel dat het hof grotendeels bevestigde door te verwijzen naar een vrijstellingsregeling voor aanbiedingen onder € 2,5 miljoen.
De Hoge Raad overweegt dat de Prospectusrichtlijn in beginsel ook op executoriale verkoop van effecten van toepassing kan zijn, maar erkent dat de bijzondere aard van executoriale verkoop en de praktische complicaties, zoals het ontbreken van medewerking van het bestuur voor het opstellen van een prospectus en de kosten daarvan, vragen oproepen. Ook is onduidelijk hoe de totale tegenwaarde van de aanbieding moet worden berekend bij executoriale verkoop.
Daarom legt de Hoge Raad prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van de prospectusplicht en de vrijstellingsbepaling, en schorst het geding totdat het HvJEU uitspraak heeft gedaan. De feiten van de zaak betreffen onder meer een vonnis tot betaling van € 500.000, beslaglegging op certificaten en de wijze van executoriale verkoop via openbare verkoop door een deurwaarder.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het HvJEU over de toepassing van de prospectusplicht bij executoriale verkoop van certificaten van aandelen en schorst het geding.