De werknemer, werkzaam als assistent-accountant, ontwikkelde gezondheidsklachten door de aanwezigheid van de hond van de directeur op kantoor sinds december 2015. Ondanks medische adviezen en allergietests bleef de hond op de werkvloer aanwezig, wat leidde tot een arbeidsconflict en ziekteverzuim van de werknemer.
De werknemer verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671c BW, stellende dat de werkgever onvoldoende maatregelen had genomen om de arbeidsomstandigheden aan te passen. De werkgever voerde verweer en betwistte de ernst van de allergie.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever ernstig verwijtbaar had gehandeld door de hond op kantoor te houden ondanks de klachten en adviezen. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 januari 2017. De werknemer kreeg een transitievergoeding van €840 en een billijke vergoeding van €2.500 toegekend. De werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten.