ECLI:NL:RBROT:2016:9944
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbaarheid werkloosheid na onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim
Eiser was sinds 2008 in vaste dienst bij een werkgever en kreeg in 2015 onvoorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim na meerdere incidenten, waaronder bedreigend gedrag richting zijn leidinggevende.
Na zijn ontslag vroeg eiser een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat eiser verwijtbaar werkloos zou zijn. Eiser stelde dat het UWV onvoldoende feitenonderzoek had verricht en dat geen dringende reden voor ontslag bestond.
De rechtbank oordeelde dat zowel objectief als subjectief sprake was van een dringende reden voor ontslag. De werkgever had voldoende feitenonderzoek gedaan, waaronder meerdere getuigenverklaringen, en had voortvarend gehandeld. De verwijtbaarheid van eisers werkloosheid werd bevestigd, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat zijn werkloosheid verwijtbaar is wegens een dringende reden.