De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van [De B.V.] tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder], die als Sales Manager werkte sinds 1988. [De B.V.] stelde dat [verweerder] ernstig verwijtbaar had gehandeld door onkosten onrechtmatig te declareren en facturen van een klant op zijn privérekening te laten betalen.
Uit een uitgebreid onderzoek bleek dat [verweerder] tussen 2009 en 2017 facturen aan [R.] stuurde met verzoek tot betaling op zijn privérekening, wat door [R.] is gedaan voor een bedrag van € 35.925. Daarnaast werden onkosten dubbel gedeclareerd en privékosten als zakelijke kosten opgevoerd. [Verweerder] erkende het gedrag, maar stelde dat hij zich niet had verrijkt en dat het geld werd gebruikt voor zakelijke doeleinden.
De kantonrechter oordeelde dat het handelen van [verweerder] ernstig verwijtbaar was, mede vanwege de omvang en duur van de gedragingen, en dat van [De B.V.] niet kon worden verlangd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Daarom werd de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 juni 2018 zonder recht op transitievergoeding. Het tegenverzoek van [verweerder] tot geheimhouding werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.