Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 20 februari 2018, met producties;
- de aanvulling op het verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 30 maart 2018, met producties;
- het verweerschrift, ter griffie ontvangen op 20 april 2018, met producties;
- de pleitnotities van [De B.V.], en
- de pleitnotities van [verweerder] .
2.De vaststaande feiten
3.Het verzoek
- primair wegens verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van [De B.V.] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren;
- subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van [De B.V.] niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, en
- meer subsidiair wegens andere omstandigheden die zodanig zijn dat van [De B.V.] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, en
- onder bepaling dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] , en
- [verweerder] geen recht toekomt op een transitievergoeding;
- kosten rechtens.