ECLI:NL:RBROT:2018:4363
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens verhuur zonder huisvestingsvergunning wegens onvoldoende bewijs
Eiser kreeg van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een bestuurlijke boete van € 2.000 opgelegd wegens het in gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De boete was gebaseerd op een proces-verbaal met een verklaring van een getuige die verklaarde de woonruimte te huren zonder vergunning. Eiser betwistte de juistheid van deze verklaring en voerde aan dat de cautie niet correct was gegeven en dat de verklaring inhoudelijk onjuist was. Ook stelde eiser dat de situatie van een andere persoon in de woning niet relevant was voor de boete.
De rechtbank oordeelde dat één getuigenverklaring zonder aanvullend bewijs onvoldoende is om de overtreding bewezen te verklaren. Daarnaast was niet aangetoond dat eiser de woonruimte in strijd met de Huisvestingswet en de Verordening aan een niet-geregistreerd huishouden had gegeven. De boete werd daarom vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De boete wegens verhuur zonder huisvestingsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.