Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 juli 2018 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, beiden te Schiedam, (eisers),
Rechtbank Rotterdam
Eisers ontvingen sinds 2002 met onderbrekingen een AIO-uitkering. Na een controle op rechtmatigheid waarbij eisers aangaven mede-eigenaar te zijn van een woning in Turkije, stelde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) vast dat eiser volledig eigenaar was van een appartement en bedrijfsruimte in Turkije. Eisers leverden geen aanvullende documenten aan, waarna de Svb de uitkering introk en terugvorderde.
Eisers voerden aan dat het onderzoek discriminerend was omdat het zich beperkte tot bijstandsgerechtigden van Turkse afkomst en dat de taxatiewaarde te hoog was vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek deel uitmaakte van een brede steekproef en niet discriminerend was. De taxatie was deskundig en aannemelijk.
De rechtbank stelde vast dat eisers de inlichtingenplicht hadden geschonden door niet volledig te informeren over hun vermogen in Turkije, waardoor de Svb verplicht was de uitkering in te trekken en terug te vorderen. Dringende redenen om van terugvordering af te zien werden niet aangetoond. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de AIO-uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.