ECLI:NL:CRVB:2015:3249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens niet-melding onroerend goed in buitenland
Appellant ontving een AIO-aanvulling naast zijn ouderdomspensioen. Naar aanleiding van een signaal startte de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een onderzoek naar vermogen in het buitenland bij AIO-gerechtigden met kinderen in het buitenland. Uit onderzoek bleek dat appellant eigenaar was van twee woningen in Marokko, waaronder de woning en grond waarop deze staat, zonder dit te hebben gemeld.
De Svb trok de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in en vorderde ten onrechte betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het onderzoek niet discriminerend was en dat de waarde van het onroerend goed voldoende grondslag bood.
Appellant stelde dat het onderzoek discriminerend was en ondeugdelijk, maar de Raad oordeelde dat het onderscheid naar woonplaats objectief gerechtvaardigd en proportioneel was. De Raad bevestigde dat de Svb bevoegd was tot het onderzoek en de intrekking vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op de AIO-aanvulling over de periode waarin de waarde van het onroerend goed niet was vastgesteld. Vanaf de taxatiedatum werd het vrij te laten vermogen overschreden, waardoor de intrekking terecht was. De nieuwe aanvraag werd eveneens afgewezen omdat appellant niet had aangetoond dat het vermogen was gedaald.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de AIO-aanvulling wegens niet-melding van onroerend goed in Marokko wordt bevestigd.