ECLI:NL:RBROT:2018:9228
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst onterecht opgezegd wegens bedrijfseconomische redenen, herstel gelast
In deze zaak vordert de werknemer herstel van zijn arbeidsovereenkomst nadat deze door de werkgever op 1 mei 2018 is opgezegd wegens bedrijfseconomische omstandigheden. De werkgever stelde dat de functie van de werknemer was komen te vervallen door een strategische keuze om met meer freelancers te werken en de inhoud van de krant te wijzigen.
De kantonrechter stelt vast dat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd dat de functie van de werknemer daadwerkelijk is komen te vervallen. De onderbouwing was te summier en hield vooral een vergelijking in van het aantal artikelen geschreven door de werknemer en freelancers, zonder in te gaan op inhoudelijke verschillen of de mate waarin freelancers de werkzaamheden van de werknemer overnamen.
Daarom is de opzegging in strijd met artikel 7:669 lid 3 aanhef Pro en onder a BW. De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot herstel van de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2018 onder dezelfde voorwaarden en functie. Tevens moet de werkgever loon betalen over de periode van 1 mei 2018 tot het moment van herstel. De transitievergoeding die reeds is betaald moet worden terugbetaald omdat de arbeidsovereenkomst wordt geacht niet te zijn beëindigd.
Verzoeken tot betaling van wettelijke rente en wettelijke verhoging worden afgewezen omdat de werkgever niet in verzuim was. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitgesproken door mr. P. Vlaswinkel.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst per 1 mei 2018 wordt hersteld met betaling van loon over de periode tot herstel.