De werknemer was sinds 2016 in dienst bij de werkgever en werd op staande voet ontslagen wegens het maken van een privé financieel voorstel aan een klant over het overnemen van een uitzendkracht, wat werd gezien als ernstig verwijtbaar handelen en schending van de arbeidsovereenkomst. De werkgever ontdekte dit gedrag in september 2019 en ontsloeg de werknemer in oktober 2019 direct.
De werknemer vorderde onder meer een vergoeding wegens onregelmatig ontslag, een transitievergoeding, een billijke vergoeding, achterstallig loon en een bonus, alsmede een verbod voor de werkgever om relaties te benaderen of negatief over hem te spreken. De werkgever vorderde betaling van een vergoeding wegens overtreding van het relatiebeding, boetes en nakoming van geheimhoudings- en relatiebedingen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet terecht was wegens grove schending van de arbeidsovereenkomst door de werknemer en wees de meeste vorderingen van de werknemer af, waaronder de billijke vergoeding en transitievergoeding. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van een vergoeding aan de werkgever wegens onregelmatig opzeggen. De vorderingen van de werkgever tot boetes werden afgewezen vanwege onvoldoende bewijs.
Verder werd de werkgever veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag en niet opgenomen vakantie-uren aan de werknemer, en tot het verstrekken van een gespecificeerde eindafrekening. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding voor een niet ingeleverde laptop. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.