Eiser trad op 1 februari 2019 in dienst bij gedaagde als kok en bezorger. Hij vordert betaling van achterstallig salaris over gewerkte uren, vakantiegeld, vakantiedagen en feestdagentoeslag, alsmede vergoeding van buitengerechtelijke kosten.
Gedaagde betwist de omvang van de gewerkte uren en stelt dat een vast salaris van € 800,- per maand is betaald. De kantonrechter oordeelt dat het aantal uren en de hoogte van het salaris in een bodemprocedure nader moeten worden vastgesteld, maar dat vaststaat dat eiser niet conform de horeca-cao is betaald.
De kantonrechter wijst een bruto bedrag van € 4.683,74 toe onder aftrek van reeds betaalde netto bedragen, matigt de wettelijke verhoging tot 10% en veroordeelt gedaagde tot betaling van buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.