Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1. [naam gedaagde 1]
2. [naam gedaagde 2] ,
3. [naam gedaagde 3] ,
1.Het verdere verloop van de procedure
- het tussenvonnis van 26 juli 2019;
- het proces-verbaal van de op 11 oktober en 26 november 2019 gehouden enquête.
Rechtbank Rotterdam
Op 14 november 2017 vond een arbeidsongeval plaats waarbij eiser betrokken was. De werkgever, vertegenwoordigd door de vennoten, voerde aan dat zij had voldaan aan haar zorgplicht ex artikel 7:658 lid 1 BW Pro. Tijdens de procedure werden getuigen gehoord, waaronder de vennoten en een werknemer die tevens familielid is.
De getuigen verklaarden dat eiser mondeling was gewaarschuwd geen gevaarlijk werk te verrichten en niet op de heftruck mocht rijden, omdat hij niet over een heftruckcertificaat beschikte. Desondanks reed eiser vaker op de heftruck, zonder dat de vennoten hiervan op de hoogte waren. De sleutels van de heftruck lagen onbewaakt, waardoor onbevoegd gebruik mogelijk was.
De kantonrechter concludeerde dat de werkgever onvoldoende toezicht hield en daarmee haar zorgplicht schond. Hierdoor is zij aansprakelijk voor de door eiser geleden en nog te lijden schade. Daarnaast werd een redelijke vergoeding toegekend voor buitengerechtelijke kosten, medische verschotten, beslagkosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever is hoofdelijk aansprakelijk voor de schade van het arbeidsongeval en veroordeeld tot vergoeding van kosten en schade.