Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van [naam verzoekster] , met producties, ontvangen op 13 november 2019;
- het verweerschrift van [naam 1] , met producties, ontvangen op 9 december 2019.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster trad op 30 juli 2019 in dienst bij [naam 1] als administratief medewerker. Op 25 september 2019 verkocht [naam 1] haar onderneming aan LWA, waarbij de arbeidsovereenkomst van verzoekster volgens artikel 7:663 BW Pro van rechtswege overging op de koper. Op 11 oktober 2019 werd verzoekster geïnformeerd dat haar arbeidsovereenkomst bij [naam 1] eindigde en dat het dienstverband zou worden voortgezet door andere entiteiten.
Verzoekster stelde dat haar arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was overgegaan en dat het ontslag onregelmatig was. Zij verzocht om vernietiging van het ontslag en betaling van achterstallig salaris. [naam 1] voerde verweer en stelde dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was overgegaan op LWA.
De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst inderdaad van rechtswege was overgegaan op LWA en niet op TiZR, zoals ook bevestigd in een gelijktijdige kort gedingprocedure. De mededelingen aan verzoekster werden niet als opzegging beschouwd, maar als informatie over de overgang van onderneming.
Omdat het verzoek voorwaardelijk was en de voorwaarde zich niet voordeed, werd het verzoek afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt, gezien de onduidelijke situatie die mede door [naam 1] was veroorzaakt.
Uitkomst: Verzoek tot vernietiging ontslag en loonbetaling afgewezen wegens rechtsgeldige overgang van arbeidsovereenkomst.