ECLI:NL:RBROT:2019:10665
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Loonvordering werknemer na overgang onderneming en ontbinding koopovereenkomst
De werknemer trad op 30 juli 2019 in dienst bij een thuiszorgorganisatie ([naam 2]) als administratief medewerker. Op 25 september 2019 verkocht [naam 2] haar onderneming aan LWA Holding B.V. (LWA), waarbij ook personeel overging. De overdracht vond plaats per 1 oktober 2019. Kort daarna werd de zorgactiviteit ondergebracht bij een andere organisatie (AvZ) vanwege eisen van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, terwijl de huishoudelijke activiteiten en administratief personeel, waaronder de werknemer, bij LWA bleven.
LWA ontbond de koopovereenkomst op 29 oktober 2019 vanwege het uitblijven van samenwerking met zorgverzekeraars. De ontbinding betrof volgens LWA ook het personeel, maar ongedaanmakingsverbintenissen waren nog niet afgerond. De werknemer eiste loonbetaling vanaf 11 oktober 2019 van LWA en TiZR, doch TiZR werd niet veroordeeld.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst van de werknemer door overgang van onderneming op LWA is overgegaan en dat zij nog steeds in dienst is van LWA omdat de ontbinding van de koopovereenkomst en de terugoverdracht van activa niet volledig zijn afgerond. Daarom moet LWA het loon betalen vanaf 11 oktober 2019 tot einde arbeidsovereenkomst. De loonvordering werd toegewezen, met een gematigde wettelijke verhoging en rente. Proceskosten werden aan de werknemer toegekend.
Uitkomst: LWA is veroordeeld tot betaling van het loon aan de werknemer vanaf 11 oktober 2019 tot het einde van de arbeidsovereenkomst.