ECLI:NL:RBROT:2019:10745
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens nakoming arbeidsovereenkomst na vaststellingsovereenkomst
Verzoeker was van 1979 tot 2018 in dienst bij ING en NN en sloot in 2017 met NN een vaststellingsovereenkomst waarin de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2018 werd beëindigd. In deze overeenkomst is een vergoeding afgesproken en is finale kwijting verleend, ook ten aanzien van groepsmaatschappijen zoals ING.
Verzoeker stelde dat ING en NN tekortgeschoten zijn in de nakoming van de arbeidsovereenkomst en vorderde schadevergoeding en een jubileumgratificatie. De kantonrechter oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst niet wordt aangevochten en dat deze de vorderingen blokkeert, ook jegens ING.
Verder is overwogen dat de vordering jegens ING verjaard is, gezien de lange periode sinds het einde van het dienstverband bij ING. De jubileumgratificatie wordt afgewezen omdat deze is gebaseerd op een cao die pas na het vertrek van verzoeker bij ING van kracht werd.
De kantonrechter wijst de verzoeken af, veroordeelt verzoeker in de proceskosten en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De verzoeken van verzoeker worden afgewezen vanwege de geldigheid van de vaststellingsovereenkomst met finale kwijting en verjaring.