ECLI:NL:RBROT:2019:1177
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten en schending inlichtingenplicht
Eiser ontvangt sinds 2008 een bijstandsuitkering. Uit onderzoek bleek dat hij in september en oktober 2017 geld heeft opgenomen van zijn bankrekening om te gokken en daarnaast geld van zijn zus heeft ontvangen. Deze feiten heeft eiser niet gemeld aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, wat een schending van de inlichtingenplicht inhoudt.
Het college heeft daarop het recht op bijstand over de periode van 1 september tot en met 31 oktober 2017 ingetrokken en de ten onrechte ontvangen bijstand van €1.874,38 teruggevorderd. Eiser voerde aan dat hij geen winst heeft gemaakt met gokken en dat het geld van zijn zus een lening betrof, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank oordeelt dat de kasstortingen en gokactiviteiten als middelen in de zin van de Participatiewet moeten worden gemeld. Omdat eiser dit niet heeft gedaan, kon het college niet vaststellen of hij recht had op bijstand. Verder zijn de door eiser aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende om af te zien van terugvordering.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst de vordering af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten wordt ongegrond verklaard.