ECLI:NL:RBROT:2019:1531
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- J.H. de Wildt
- A.I. van Strien
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens onduidelijkheid contante stortingen bij bijstandsuitkering
Eiser ontving een bijstandsuitkering en werd door verweerder herzieningen en een bestuurlijke boete opgelegd vanwege niet-gemelde contante stortingen en bijschrijvingen op zijn bankrekeningen. Verweerder stelde dat deze stortingen als inkomen moesten worden beschouwd en de boete was gebaseerd op normale verwijtbaarheid.
Eiser voerde aan dat de stortingen giften en gespaard geld waren en dat verweerder geen consistent beleid hanteerde. De rechtbank oordeelde dat contante stortingen en bijschrijvingen in principe als middelen gelden, maar dat verweerder niet overtuigend had aangetoond dat de contante stortingen als inkomen moesten worden aangemerkt. Hierdoor was de boete ten onrechte opgelegd voor dat deel.
De rechtbank constateerde tevens een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe omdat eiser hierdoor niet benadeeld werd. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete betrof, de boete werd verlaagd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt verlaagd met €350 tot €583,39 wegens onvoldoende bewijs dat contante stortingen als inkomen moeten worden aangemerkt.