Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 15 januari 2019, met producties;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord, met producties;
- de conclusie van repliek, met producties;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert een uitzendkracht betaling van reiskostenvergoeding op basis van de Glastuinbouw CAO, omdat hij dagelijks met de auto meer dan 10 kilometer naar zijn werk reist. Het uitzendbureau verweert zich met een bedrijfsreglement waarin de woon-werkafstand op basis van de kortste fietsroute wordt berekend, wat volgens hen leidt tot geen recht op vergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat de uitzendovereenkomst en de toepasselijke CAO voorschrijven dat de uitzendkracht recht heeft op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers van de inlener, waaronder reiskostenvergoeding. De bepaling in het bedrijfsreglement die fietsafstand hanteert, wordt als nietig beoordeeld omdat deze de werknemer in een slechtere positie plaatst dan de CAO voorschrijft.
De uitzendkracht heeft aannemelijk gemaakt dat de afstand per auto meer dan 10 kilometer bedraagt en dat hij gebruikelijk met de auto reist vanwege werktijden. Het uitzendbureau heeft deze berekening niet betwist. Daarom wordt de vordering tot betaling van € 1.454,70 netto aan reiskostenvergoeding, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten, toegewezen. Tevens worden proceskosten en nakosten aan de zijde van de uitzendkracht toegewezen.
Uitkomst: Het uitzendbureau wordt veroordeeld tot betaling van reiskostenvergoeding, rente en kosten aan de uitzendkracht.