Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het op 31 augustus 2018 ontvangen verzoekschrift, met producties, van [verzoekster] ;
- het verweerschrift van Hogefa;
- de brief van 26 november 2018, met daarbij een akte houdende een vermindering van het verzochte en producties, van de gemachtigde van [verzoekster] .
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil
van een groep, waarvan J. Hersbach Beheer B.V. te Schiedam aan het hoofd staat”. Deze jaarrekeningen zijn samengesteld door een externe accountant, opgesteld door de bestuurder van Hogefa, te weten Hogefa Holding B.V., en vastgesteld door de aandeelhouder van Hogefa, te weten Hogefa Holding B.V., waarvan het bestuur wordt gevormd door J. Hersbach B.V. Daarmee staat vast dat er sprake is van een groep, nu zowel de accountant als het bestuur als de aandeelhouder van Hogefa en voorts J. Hersbach Beheer B.V. zelf van oordeel zijn dat sprake is van een groep van vennootschappen waarvan J. Hersbach Beheer B.V. aan het hoofd staat. Gegeven is daarmee dat ten onrechte van de Overbruggingsregeling transitievergoeding gebruik is gemaakt aangezien in de groep van J. Hersbach B.V. achttien werknemers werkzaam zijn, waarmee het totaal aan werknemers in de groep uitkomt op 40.
4.De beoordeling
- van financiële verwevenheid is sprake indien, direct of indirect, meer dan de helft van de aandelen van de betrokken ondernemingen in dezelfde handen is;
- indien ondernemingen onder één overkoepelende leiding staan die als eenheid functioneert en waaraan de leiding per onderneming ondergeschikt is, is sprake van organisatorische verwevenheid van ondernemingen;
- van economische verwevenheid is sprake indien de ondernemingen in hoofdzaak hetzelfde economische doel hebben (bijvoorbeeld als zij een gemeenschappelijke klantenkring hebben) of indien de ene onderneming voor meer dan 50% aanvullende activiteiten uitoefent voor de andere onderneming (waarvan sprake is als een werkmaatschappij haar producten afzet via een verkoopmaatschappij).