Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 februari 2019 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, te [woonplaats] , tezamen: eisers,
Rechtbank Rotterdam
Eisers ontvingen vanaf 1 november 2009 een AIO-aanvulling, die door verweerder werd ingetrokken nadat bleek dat zij niet hadden opgegeven dat zij een woning in Turkije bezaten. Verweerder voerde een onderzoek uit, waaronder een huisbezoek en het opvragen van TC Kimlik-nummers, en maakte gebruik van gegevens van Turkse openbare registers. Eisers voerden aan dat het onderzoek discriminerend was, in strijd met privacyrechten en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek door verweerder gerechtvaardigd was op grond van de Participatiewet en dat het onderscheid naar afkomst niet onrechtmatig was omdat het een legitiem doel diende en in redelijke verhouding stond tot dat doel. Het huisbezoek en het gebruik van de TC Kimlik-nummers waren toegestaan omdat eisers toestemming hadden gegeven en de medewerkingsplicht van de Participatiewet van toepassing was.
Verder stelde de rechtbank dat het bewijs verkregen in Turkije naar Nederlands recht rechtmatig mocht worden gebruikt, ook al zou het volgens Turks recht onrechtmatig zijn verkregen. Eisers hadden de inlichtingenplicht geschonden door het bezit van de woning niet te melden, waardoor de intrekking van de AIO-aanvulling terecht was. De rechtbank wees het beroep af en zag geen reden tot heropening of aanhouding van het onderzoek.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling wegens niet opgegeven vermogen.