ECLI:NL:RBROT:2019:6162
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens aantreffen handelshoeveelheid drugs
Op 11 juli 2019 heeft de burgemeester van Rotterdam een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van een woning voor zes maanden wegens het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs in de woning. Verzoekers, eigenaars van de woning, maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet, gezien de hoeveelheid drugs die de gebruikershoeveelheid overschreed.
Verzoekers stelden dat de drugs voor eigen gebruik waren en dat de belangen van hun minderjarige kind niet waren meegewogen. De rechter stelde dat de belangen van verzoekers, met name het belang van het minderjarige kind, zwaarder wegen dan het belang van de gemeente bij sluiting. Ook was de woning niet bekend als drugspand en was er geen overlast of gevaar voor de omgeving.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en het besluit tot sluiting te schorsen tot een week na de beslissing op bezwaar. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan verzoekers vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst.