Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift ex artikel 7:681 BW Pro en incidentele vordering ex artikel 223 Rv Pro met producties, ontvangen op 13 juni 2019;
- de bij brief van 18 juli 2019 in het geding gebrachte producties aan de zijde van [verzoekster] ;
- het verweerschrift op verzoek ex artikel 7:681 BW Pro en incidentele vordering ex artikel 223 Rv Pro, met producties, ontvangen op 22 juli 2019;
- de door Flair & Quality in het geding gebrachte aanvullende productie, ontvangen op 22 juli 2019.
2.De feiten
- de verloning per maand zal blijven zoals het in de maanden/jaren hiervoor ook ging, namelijk minimaal 16 uur per week, minimaal € 914,51 bruto per maand (los van meeruren);
- de bedrijfsarts wordt ingeschakeld;
- het loon van februari 2019 per omgaande wordt overgemaakt aan cliënt; en
- u zich iedere maand houdt aan de verplichting om het loon aan cliënte uit te betalen. (…)”
geenenkele wijze instemt met deze beëindiging zoals bedoeld in artikel 7:671 BW Pro.
vijf dagenna dagtekening van dit schrijven de schriftelijke bevestiging dat het gegeven ontslag op staande voet is ingetrokken en het volledige salaris vanaf februari 2019 wordt doorbetaald (zie hiervoor de brief van 8 april 2019).