ECLI:NL:RBROT:2019:7271
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens te late beslissing op Jeugdwetvoorziening
Verzoeker diende een verzoek in tot schadevergoeding van €140.215,30 wegens een vier weken te late beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht op een aanvraag voor een Jeugdwetvoorziening. De rechtbank beoordeelde of de termijnoverschrijding onrechtmatig was en of er een oorzakelijk verband bestond tussen de overschrijding en de gestelde schade.
De rechtbank oordeelde dat de enkele overschrijding van de wettelijke beslistermijn onvoldoende is voor onrechtmatigheid zonder bijkomende omstandigheden. Verzoeker kon onvoldoende aannemelijk maken dat de gemeente wist of had moeten weten dat tijdige besluitvorming cruciaal was voor de dagbesteding tijdens de zomervakantie. Ook was de bevoegdheid tot verlenging van de beslistermijn niet benut en werden geen rechtsmiddelen ingezet om tijdige beslissing af te dwingen.
Daarnaast kon uit medische brieven en een verslag geen oorzakelijk verband worden afgeleid tussen de termijnoverschrijding en de psychische decompensatie van verzoeker. De rechtbank verwierp ook het beroep op de omkeringsregel. Tot slot werd overwogen dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet zelf tijdelijk de dagbesteding had kunnen bekostigen.
Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens te late beslissing op een Jeugdwetvoorziening wordt afgewezen.