Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
ontneming)
1.ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING
2.VOORAFGAANDE VEROORDELING
3.VORDERING
4.WETTELIJK KADER
5.UITGANGSPUNTEN VOOR DE BEREKENING VAN HET WEDERRECHTELIJK VERKREGEN VOORDEEL
contantgeld, heeft beschikt. Bij het beoordelen van deze ‘aannemelijkheid’ is een berekening volgens een eenvoudige kasopstelling van legale contante inkomsten versus contante uitgaven in het algemeen een zeer sterke aanwijzing, die wordt beïnvloed door de overige omstandigheden van het geval, waaronder het verweer van de betrokkene.
ogenschijnlijk legaalinkomen afkomstig uit [naam bedrijf 2] . Echter, gelet op het vonnis van deze rechtbank van 2 juni 2014 kan worden gesteld dat geen sprake is geweest van een legaal inkomen, aangezien dit inkomen is verkregen door middel van het witwassen van gelden afkomstig uit een misdrijf.
legaleinkomsten gehad. Bij die stand van zaken en gelet op de bewijslastverdeling in ontnemingszaken ligt het op de weg van de veroordeelde om zijn stellingen aannemelijk te maken en nader te onderbouwen. In dit verband is verder van belang dat de veroordeelde op 23 februari 2016, in het bijzijn van zijn advocaat, is geconfronteerd met de onderzoeksresultaten en in de gelegenheid is gesteld te reageren op de bevindingen neergelegd in het rapport. De veroordeelde heeft zich toen op zijn zwijgrecht beroepen en geen enkel inzicht gegeven in de herkomst van zijn (gestelde legale) inkomsten en zijn contante uitgaven. De omstandigheid dat de veroordeelde weigert een verklaring af te leggen kan weliswaar op zichzelf niet bijdragen aan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, maar indien de veroordeelde geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, staat het de rechter vrij dit in zijn overwegingen omtrent die schatting te betrekken. [5]
6.BEOORDELING EN BEREKENING OP BASIS VAN DE KASOPSTELLING
beginsaldo contant geldwordt per 17 oktober 2005 dus gesteld op
€ 0,-.
€ 210.355,72in de onderzoeksperiode van 17 oktober 2005 tot 4 oktober 2011 niet betwist. Om die reden acht de rechtbank de bedragen in onderstaande tabel aannemelijk. [8]
€ 3.400,-(68 biljetten van € 50,-) aangetroffen, maar kennelijk was bij deze doorzoeking niet al het contante geld aangetroffen aangezien er in de periode van 4 oktober 2011 tot 31 mei 2013 (de periode dat de veroordeelde was gedetineerd) voor een totaalbedrag van
€ 36.851,10contant werd gestort (dus contant uitgegeven) bij het postkantoor ter betaling van de vaste lasten. Verder werd door de dochter van de veroordeelde een totaalbedrag van
€ 1.604,39contant op haar bankrekening gestort.
€ 720,-en
€ 982,-contant van hun bankrekeningen hebben opgenomen.
€ 1.702,00 -
3.400,00 +
€ 40.153,49bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in aanmerking nemen.
€ 8.157,01aan vreemde valuta.
€ 200,-.
€ 895,-.
€ 9.252,01.
€ 9.252,01bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in aanmerking nemen.
minimalewederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 65.000,- [11] als contante uitgave in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt meegenomen.
€ 124.056,67 [12] als contante uitgave in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt meegenomen.
€ 30.000,- [13] als contante uitgave in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden meegenomen.
€ 10.000,- [14] als contante uitgave in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt meegenomen.
€ 3.000,- [15] als contante uitgave in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt meegenomen.
€ 213.253,37 [16] als contante uitgave in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt meegenomen.
€ 1.770,- [18] als contante uitgave in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt meegenomen.
€ 10.160,- [19] als contante uitgave in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt meegenomen.
€ 6.830 [21] als contante uitgave in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt meegenomen.
€ 30.000,- [22] als contante uitgave in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt meegenomen.
€ 101.500,- [25] als contante uitgave in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt meegenomen.
Resumé totale contante uitgaven
contante uitgaven inclusief contante bankstortingenbedragen dus € 1.085.524,50 +
€ 1.094.776,51.
contanteontvangsten (inclusief contante bankopnamen) € 210.355,72 +
€ 40.153,49 -
€ 1.094.776,51 -
7.VASTSTELLING VAN HET TE BETALEN BEDRAG
€ 15.000,-op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering te brengen.
€ 909.574,28ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de staat te betalen.
8.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
9.BESLISSING
€ 924.574,28(zegge:
negenhonderdvierentwintigduizend vijfhonderdvierenzeventig euro en achtentwintig eurocent);
€ 909.574,28(zegge:
negenhonderdnegenduizend vijfhonderdvierenzeventig euro en achtentwintig eurocent).