ECLI:NL:RBROT:2019:8140
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Boetes voor feitelijk leidinggeven aan overtreding van beleggingsregels pensioenfonds
De rechtbank Rotterdam behandelde de beroepen van twee bestuurders van een pensioenfonds die door De Nederlandsche Bank (DNB) bestuurlijke boetes van €25.000 kregen opgelegd wegens feitelijk leidinggeven aan de overtreding van artikel 116 van Pro de Pensioenwet. Dit artikel verbiedt pensioenfondsen om met andere middelen dan premiegelden te beleggen.
DNB stelde vast dat het pensioenfonds grote bedragen belegde met geleend geld en derivaten, wat niet toegestaan is. De bestuurders waren betrokken bij de overeenkomsten met de vermogensbeheerder en wisten van de beleggingsactiviteiten. Zij voerden aan dat de norm vaag was en dat zij niet wisten dat het beleid verboden was, maar de rechtbank oordeelde dat dit voor hen voorzienbaar was.
De bestuurders voerden ook aan dat zij deskundig advies hadden ingewonnen en dat DNB het vertrouwen had gewekt dat de activiteiten toegestaan waren, maar deze bezwaren werden verworpen. De rechtbank vond dat zij als feitelijk leidinggevers maatregelen hadden moeten nemen om overtredingen te voorkomen, maar dit nalieten.
Verder oordeelde de rechtbank dat de boetes niet disproportioneel zijn, dat het recht op een eerlijk proces niet is geschonden ondanks het achterhouden van sommige stukken, en dat de redelijke termijn niet is overschreden. De beroepen werden ongegrond verklaard en de boetes bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt boetes van €25.000 aan twee bestuurders wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 116 van de Pensioenwet.