Werknemer trad in mei 2016 in dienst bij RW Facilitaire Dienstverlening BV, later overgenomen door RW Security BV. In februari 2019 werd hem telefonisch meegedeeld dat zijn dienstverband wegens bedrijfseconomische redenen zou eindigen. Een ontslagvergunning van het UWV ontbrak en een beëindigingsovereenkomst werd niet bereikt.
Werknemer legde zich neer bij het ontslag en verzocht om toekenning van een billijke vergoeding, transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging. De werkgever betwistte dat RW Event Security BV zijn werkgever was en ontkende opvolgend werkgeverschap.
De kantonrechter oordeelde dat RW Security BV de werkgever was en dat het ontslag niet rechtsgeldig was omdat de wettelijke opzegtermijn niet in acht was genomen en geen UWV-toestemming was verkregen. De transitievergoeding, vergoeding onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding van € 2.000 werden toegewezen. Verzoek tegen RW Event Security BV werd afgewezen.