Eiser was sinds augustus 2016 in dienst bij gedaagde met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die later werd omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst bevatte een concurrentie- en relatiebeding. Eiser heeft zijn baan opgezegd en wil per 1 november 2019 bij een BAR-organisatie gaan werken, een publiekrechtelijk samenwerkingsverband van gemeenten.
Gedaagde wijst eiser op het concurrentie- en relatiebeding en stelt dat deze bedingen gehandhaafd moeten worden. Eiser vordert in kort geding de schorsing van deze bedingen, al dan niet met matiging van de geografische reikwijdte en duur, en een voorschot op een vergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat het concurrentie- en relatiebeding in de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet rechtsgeldig is omdat het niet voldoet aan de vereisten van zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen. De omzetting naar een contract voor onbepaalde tijd maakt het beding niet rechtsgeldig. Ook de ondertekening van brieven waarin de voorwaarden worden bevestigd, voldoet niet aan de vereisten voor schriftelijke instemming met het beding.
Daarom wordt het concurrentie- en relatiebeding voorlopig geschorst vanaf de datum van het vonnis. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.