Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uren te vervangen door 120 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
Het Openbaar Ministerie dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vervolging.
5.Waardering van het bewijs
de periode van1 september 2012 tot en met 31
een(kopie) factu
ur van [naam bedrijf 10] aan [naam bedrijf 11] (AMB-008) en
een(kopie) factu
ur van [naam bedrijf 10] aan [naam bedrijf 12] (AMB-029) en
een(kopie) factu
ur van [naam bedrijf 10] aan [naam bedrijf 13] (AMB-032) en
6.Strafbaarheid feiten
1.
medeplegen van opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, afleveren en voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst;
4.subsidiair.
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
9.Vordering benadeelde partij
€ 7,5 miljoen is ten onrechte uitgekeerd aan [naam bedrijf 4] inzake ESF-projecten. Het gaat dan om het verschil tussen de aan [naam bedrijf 4] uitgekeerde subsidievoorschotten en de uiteindelijk door [naam bedrijf 4] te ontvangen subsidies.