Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op 19 augustus 2019, met producties;
- de brief van [verzoekster] van 10 oktober 2019, met producties en vermindering van eis;
- het verweerschrift, met producties;
- de pleitnotitie van [verzoekster] , overgelegd tijdens de mondelinge behandeling van 18 oktober 2019.
2.De vaststaande feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
Ik zie dat er allemaal deel certificaten staan. Is dat jouw diploma? Want dan hebben we ze wel.”. Gelet hierop was [gedaagde] dus in ieder geval in februari 2019 al ervan op de hoogte de [verzoekster] geen diploma had, zodat niet geoordeeld kan worden dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven. Gelet hierop is de verklaring van [naam 2] onder ede ook niet meer van belang, omdat zijn gesprek met [verzoekster] pas in april 2019 heeft plaatsgevonden.
6.De beslissing
- € 81,- aan verschotten;
- € 721,- aan salaris voor de gemachtigde;