ECLI:NL:RBROT:2020:10439
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering wegens betalingsonmacht werkgever na sluiting restaurant
De werknemer trad op 31 januari 2019 in dienst bij een eenmanszaak restaurant als medewerker bediening met een bruto maandsalaris van €1.745,01. Het restaurant sloot op 15 maart 2020 en werd op 10 augustus 2020 opgeheven. De arbeidsovereenkomst is nog niet rechtsgeldig beëindigd.
De werknemer vorderde loonbetaling over juli en augustus 2020, wettelijke rente, wettelijke verhoging, specificaties, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De werkgever erkende de loonverplichting maar stelde betalingsonmacht wegens bedrijfseconomische omstandigheden en beëindiging van het bedrijf.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer recht heeft op loon omdat hij niet werkte door een oorzaak die voor rekening van de werkgever komt. De loonbetaling wordt toegewezen vanaf juli 2020 tot rechtsgeldige beëindiging. De wettelijke rente wordt toegewezen, maar de wettelijke verhoging wordt gematigd tot nihil vanwege de betalingsonmacht. Specificaties en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het loon vanaf juli 2020 tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met wettelijke rente en incassokosten, maar zonder wettelijke verhoging vanwege betalingsonmacht.