De Gemeente Rotterdam gaf leegstaande woonruimten tijdelijk in bruikleen via Alvast B.V. aan derden. Met [gedaagde] werd een bruikleenovereenkomst gesloten voor een woning in Rotterdam, met een vergoeding van €150 per maand aan Alvast voor beheerskosten, niet als huur.
De bruikleenovereenkomst werd op verzoek van de Gemeente opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn, waarna Alvast c.s. vorderde dat [gedaagde] de woning ontruimt en een contractuele boete betaalt voor iedere dag dat ontruiming uitblijft. [gedaagde] voerde geen verweer.
De rechtbank kwalificeerde de overeenkomst als bruikleen, oordeelde dat deze rechtsgeldig was opgezegd en veroordeelde [gedaagde] tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de vergoeding vanaf de beëindiging. De rechtbank stelde ambtshalve vast dat het boetebeding mogelijk oneerlijk is volgens Richtlijn 93/13 en verwees het onderzoek naar de oneerlijkheid van het beding naar een volgende rolzitting, waarbij partijen zich mogen uitlaten.
De beslissing tot ontruiming en betaling is uitvoerbaar bij voorraad, terwijl de verdere beoordeling, waaronder over het boetebeding en proceskosten, wordt aangehouden. Het vonnis is gewezen door mr. P. Volker op 22 januari 2020.