Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 januari 2020 in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats eiser] , eiser,
de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
1 januari 2010 tot en met 31 oktober 2014, afgewezen. Bij brieven van 26 juli 2017 en
.Deze overschrijding van de redelijke termijn is in zijn geheel toe te rekenen aan de bezwaarfase. Verweerder dient daarom € 500,- te betalen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuwe beslissing op eisers bezwaar te nemen;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 500,-;
- bepaalt dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 46,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050,-.