De kantonrechter te Rotterdam heeft op 11 juni 2020 uitspraak gedaan in een zaak tussen NN Personeel B.V. en een werknemer, waarbij NN verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer was sinds 2011 in dienst en bekleedde een functie binnen de afdeling Group Procurement. NN stelde dat het vertrouwen in de werknemer volledig was verdwenen vanwege zijn gedrag, dat niet strookte met de kernwaarden van de organisatie en leidde tot klachten van externe leveranciers en collega’s.
De werknemer betwistte de beschuldigingen en stelde dat hij zijn functie goed vervulde en dat NN geen concrete feedback had gegeven. Hij had eerder een procedure gestart waarin werd vastgesteld dat NN in strijd met goed werkgeverschap had gehandeld. NN stelde dat herplaatsing niet mogelijk was en dat de ontbinding gerechtvaardigd was. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsverhouding inderdaad ernstig en duurzaam verstoord was en dat herplaatsing niet in de rede lag.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 augustus 2020. NN werd veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 25.982,18 bruto, omdat niet was gesteld of gebleken dat de werknemer ernstig verwijtbaar had gehandeld. De door de werknemer gevorderde schadevergoeding wegens slecht werkgeverschap werd afgewezen, aangezien dit onderwerp reeds in een andere procedure aan de orde was. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.