Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 5 juni 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Rotterdam
Werknemer trad op 1 september 2019 in dienst voor drie jaar als leerling MBO-verzorgende niveau 3. Zij meldde zich op 8 april 2020 ziek vanwege lichamelijke klachten, waarop werkgever de loonbetaling staakte en de ziekmelding niet accepteerde. Werknemer vorderde loonbetaling over april en mei 2020.
De werkgever stelde dat de ziekmelding voortkwam uit angst voor het coronavirus en dat werknemer passende werkzaamheden weigerde, waardoor loonbetaling werd gestaakt. De kantonrechter oordeelde dat het niet aan de werkgever is om de ziekmelding te weigeren zonder zwaarwegende gronden en dat een bedrijfsarts had moeten worden ingeschakeld. De weigering van loonbetaling was daarom onrechtmatig.
De kantonrechter kende werknemer het achterstallige loon toe, inclusief vakantietoeslag en een gematigde wettelijke verhoging van 20%. Ook werden de proceskosten aan werknemer toegewezen. De uitspraak is een voorlopige voorziening, vooruitlopend op een bodemprocedure.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon over april en mei 2020 inclusief vakantietoeslag en wettelijke verhoging.