Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
ontneming)
1..ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING
2..VOORAFGAANDE VEROORDELING
3..VORDERING
4..WETTELIJK KADER
tot1 juli 2011. Het betreft wederrechtelijk verkregen voordeel dat op enigerlei wijze is verkregen uit (grotendeels onbekend gebleven) strafbare feiten.
5..UITGANGSPUNTEN VOOR DE BEREKENING VAN HET WEDERRECHTELIJK VERKREGEN VOORDEEL
legaleinkomsten c.q. vermogen gehad. Bij die stand van zaken en gelet op de bewijslastverdeling in ontnemingszaken ligt het op de weg van de veroordeelde om zijn stellingen aannemelijk te maken en nader te onderbouwen. In dit verband is van belang dat de veroordeelde op 2 oktober 2015, in het bijzijn van zijn raadsman, is geconfronteerd met de onderzoeksresultaten uit het SFO en in de gelegenheid is gesteld te reageren op de bevindingen neergelegd in voormeld rapport. Uit dit rapport volgt onder andere dat onderzoek in Dubai heeft uitgewezen dat in totaal 50 bankrekeningen en 14 creditcards met de veroordeelde in verband kunnen worden gebracht. Echter, de veroordeelde heeft op 2 oktober 2015 op geen enkele zaaksinhoudelijke vraag antwoord willen geven en geen enkel inzicht gegeven in zijn financiële situatie/de herkomst van zijn (gestelde legale) inkomsten en zijn (contante) uitgaven. De omstandigheid dat de veroordeelde weigert een verklaring af te leggen kan weliswaar op zichzelf niet bijdragen aan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, maar indien de veroordeelde geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, staat het de rechter vrij dit in zijn overwegingen omtrent die schatting te betrekken. [6]
6..BEOORDELING EN BEREKENING OP BASIS VAN EEN VERMOGENSVERGELIJKING
minimalewederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 0,00gesteld. [13]
€ 101.900,00gesteld.
€ 7.000.000,00als onvoldoende gemotiveerd betwiste vermogenscomponent opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 933.333,00.
€ 320.000,00heeft betaald aan [naam persoon 8] in privé.
€ 1.253.333,00(€ 933.333,00 + € 320.000,00) als onvoldoende gemotiveerd betwiste vermogenscomponent opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. [20]
€ 6.610.783,13als onvoldoende gemotiveerd betwiste vermogenscomponent opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. [21]
€ 140.000,00voor de aankoop van voornoemd appartement is door de verdediging in het geheel niet betwist, zodat dit bedrag als vermogenscomponent wordt opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. [22]
- Meubels en dergelijke (voornamelijk tuinmeubelen) bij [naam ontwerper] c.q. [naam interieurbedrijf] ;
- Kastenwanden en losse kastjes bij [naam bedrijf 6] ;
- Shutters bij [naam bedrijf 7] .
nietin de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt opgenomen.
€ 500.372,51(€ 616.862,51- € 82.124,00 - € 34.366,00) wordt derhalve als onvoldoende gemotiveerd betwiste vermogenscomponent opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. [23]
€ 48.937,00. [35]
aannemelijkis dat de veroordeelde wel degelijk door die personen is afgeperst. Dat de veroordeelde, in verband met een mislukte verdovende middelen transactie, een bedrag van € 7.500.000,00 heeft betaald acht de rechtbank aannemelijk op grond van onderstaande OVC-gesprekken waarin de veroordeelde aan het woord is:
€ 7.500.000,00heeft gedaan ter zake van zijn afpersing. [36]
€ 7.000.000,00aan [naam persoon 7] in contanten is overgedragen, zodat dit bedrag in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel als uitgave wordt meegenomen. [41]
Betalingen aan de advocaat van de veroordeelde
€ 7.500,00is gedaan vanaf de bankrekening van [naam (ex) vriendin veroordeelde] bij de Dubai Bank in Dubai, rekening [rekeningnummer 1] . De betalingsopdracht ( [naam opdracht] ) is kennelijk getekend door [adres 3] . De vermelde datum is 14 mei 2009. Het eerste opdrachtformulier vermeldt alleen de naam van de begunstigde bank te Amsterdam met vermelding van het rekeningnummer.
€ 5.000,00overgemaakt van de bankrekening van de veroordeelde in Dubai naar de bankrekening van [naam advocaat 1] en [naam advocaat 2] . Ook deze overboekingsopdracht is kennelijk getekend door [adres 3] .
totaal € 12.500,00wordt gezien als een uitgave die indirect door de veroordeelde is gedaan en zal als zodanig worden meegenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. [44]
Betalingen aan de advocaat van [naam persoon 23]
€ 70.000,00heeft betaald voor de advocaten van [naam persoon 23] . [45]
€ 7.400,00.
€ 5.500,00in contanten overhandigd aan [naam persoon 26] , als betaling voor de advocaten van [naam persoon 24] . Aannemelijk is ook dat dit geld afkomstig is van de veroordeelde. Aannemelijk is dus dat in totaal een bedrag van
€ 12.900,00door de veroordeelde is betaald ten behoeve van [naam persoon 24] . [47]
Betalingen aan de advocaat van [naam persoon 9] (en/of [naam persoon 10] [48] ) via [naam persoon 27]
€ 30.000,00. [49]
Betalingen aan de advocaat van [naam persoon 10]
“geef alles maar even aan [naam medeveroordeelde] door. [naam persoon 29] gaat [naam medeveroordeelde] een sms sturen. sms met naam van de advocaat western union lima en dan 10.000 us dollar dat ie dat regelt.”Omgerekend met de toen geldende koers was dit een bedrag van afgerond
7.500 euro.
€ 11.250,00(US$ 15.000,00) over naar de advocaat van [naam persoon 10] . Gezien het feit dat de veroordeelde wil dat [naam persoon 29] laat weten of het gelukt is, is aannemelijk dat dit geld feitelijk afkomstig is van de veroordeelde. Van de rekening ( [rekeningnummer 2] ) van [naam persoon 29] komt het bedrag in ieder geval niet.
€ 30.000,00betreft.
€ 7.500,00(US$ 10.000,00) over laten maken. In maart 2011 wordt er
€ 11.250,00(US$ 15.000,00) overgemaakt. In september 2011 is er nogmaals
€ 30.000,00(US$ 40.000,00) overgemaakt voor [naam persoon 10] (en/of [naam persoon 9] ).
totaaleen bedrag van
€ 48.750,00,00door de veroordeelde is uitgegeven ten behoeve van het betalen van kosten van rechtsbijstand voor [naam persoon 10] (en/of [naam persoon 9] ). [50]
7..SCHATTING WEDERRECHTELIJK VERKREGEN VOORDEEL
€ 16.436.244,77 +
8..VASTSTELLING VAN HET TE BETALEN BEDRAG
€ 501.558,00
€ 49.654.213,00ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de staat te betalen.
9..GIJZELING
10..TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11..BESLISSING
verplichting op tot betaling aan de staat van € 49.654.213,00 (zegge: negenveertig miljoen zeshonderdvierenvijftig duizend tweehonderddertien euro);
gijzelingdie ten hoogste kan worden gevorderd op
1080 (zegge: duizendtachtig) dagen.