Op 8 oktober 2020 heeft de burgemeester van Vlaardingen een besluit genomen tot sluiting van een pand aan de [straatnaam] 12-14 te Vlaardingen voor de duur van drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij met 420 planten. Verzoekster, gevestigd in het pand, maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De rechtbank constateert dat sprake is van een handelshoeveelheid softdrugs en dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting. De sluiting is noodzakelijk ter bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat, ook al is de overtreding beëindigd en de kwekerij ontmanteld. Het pand wordt als een functionele eenheid beschouwd, zodat sluiting van het gehele pand gerechtvaardigd is.
Verzoekster stelde dat het besluit onrechtmatig was omdat het niet aan de eigenaar was gericht en dat slechts het verhuurde deel gesloten had moeten worden. De rechtbank oordeelt dat het gebrek in adressering kan worden hersteld en dat de eigenaar verwijtbaar heeft gehandeld door geen regelmatige controles uit te voeren. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat de sluiting niet onevenredig is.
De rechtbank acht het spoedeisend belang van verzoekster aanwezig, maar concludeert dat het bestreden besluit naar verwachting in stand kan blijven. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.