Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De feiten
1. De werkgever bepaalt of de inzet van een bedrijfsvoertuig voor woon-werkverkeer door een werknemer gewenst en zakelijk verantwoord is en geeft in dergelijke gevallen schriftelijke toestemming.
Dit gesprek is gevoerd om helder te krijgen welke afspraken er in juni 2018 zijn gemaakt tussen de senior teamleiders ( [verweerder] en [naam persoon 7] ) en manager over gebruik van dienstauto voor woon-werkverkeer. In het verslag van het afstemmingsoverleg 5 juni 2018 staat opgenomen dat ‘gebruik van dienstauto voor woon- en werkverkeer en op rooster (vrije) dagen akkoord is’.
Onderzoeksdoel 1
Onderzoeksdoel 2
Onderzoeksdoel 3
Onderzoeksdoel 4
Onderzoeksdoel 5
22-02-’20 om 22.20 uur: Parkeerverbod. Koningin Wilhelminahaven ZZ: € 114,-
25-02-’20 om 22.26 uur: Snelheidsovertreding (4 km). Gemeente Hoeksche Waard, Mijnsheerenland N217: € 44,-
3..Het verzoek en de grondslag daarvan
4.Het verweer
5..De beoordeling
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, p. 113). Bij beantwoording van de vraag of het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn (HR 8 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:203).