ECLI:NL:RBROT:2021:10566
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd voor overtreding Wet dieren wegens vangletsel bij pluimvee
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiseres tegen een boete van €1.500,- opgelegd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wegens overtreding van de Wet dieren. De boete betrof twee overtredingen, waarvan de rechtbank het beroep voor één overtreding niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het ontbreken van het boeterapport. Voor de andere overtreding stelde de rechtbank vast dat de boete terecht was opgelegd.
De overtreding hield in dat bij het vangen van kippen onnodig pijn en letsel was veroorzaakt, wat werd vastgesteld aan de hand van een vangletseltelling door een toezichthoudend dierenarts van de NVWA. De tellingen toonden een percentage vangletsel van gemiddeld 3,67%, ruim boven de toegestane grens van 2%. Eiseres voerde aan dat het protocol niet correct was toegepast en dat het letsel niet kon worden toegeschreven aan het vangen, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren op basis van deskundige rapporten en jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat eiseres als houder van de dieren verantwoordelijk is voor de wijze van vangen, ook als dit door een ingehuurd bedrijf werd uitgevoerd. De boete werd daarom gehandhaafd. Tevens werd het door eiseres betaalde griffierecht van €354,- vergoed. Het beroep werd daarmee voor het grootste deel ongegrond verklaard en voor het overige niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Beroep tegen boete wegens vangletsel bij pluimvee ongegrond verklaard en boete gehandhaafd.