ECLI:NL:RBROT:2021:1383
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand Participatiewet wegens niet-gemelde bijschrijvingen
Eisers ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en werden geconfronteerd met een herziening en terugvordering van € 1.075,- over de periode september 2018 tot juli 2019 vanwege niet-gemelde bijschrijvingen en stortingen op hun bankrekeningen.
Verweerder stelde dat deze bijschrijvingen als inkomen moesten worden aangemerkt, waardoor te veel bijstand was betaald. Eisers voerden aan dat zij bewijsstukken en verklaringen hadden overgelegd die niet voldoende waren meegewogen. De rechtbank onderzocht de aard van de stortingen en oordeelde dat sommige betalingen incidenteel waren, veelal in familieverband en geen bewijsstukken konden worden verwacht.
De rechtbank stelde vast dat bepaalde stortingen, zoals leningen van familie, terugbetalingen voor betaalde kosten en kleine bedragen voor gezamenlijke uitgaven, niet als inkomen konden worden aangemerkt. Hierdoor werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit deels vernietigd. Verweerder moet binnen zes weken opnieuw beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eisers. De uitspraak werd gedaan door rechter H. Bedee op 18 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt deels vernietigd wegens onvoldoende aannemelijkheid dat bepaalde stortingen als inkomen gelden.