ECLI:NL:CRVB:2022:1786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand en waarschuwing wegens niet-melden verblijf in België
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet. Het college heeft in een heronderzoek bankafschriften onderzocht en diverse stortingen als inkomsten aangemerkt, waarop een terugvordering is gebaseerd. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat de stortingen afkomstig waren uit eigen vermogen of legitieme bronnen, waardoor het college de terugvordering heeft gehandhaafd.
Daarnaast heeft het college geconstateerd dat appellante meerdere keren kort in België verbleef zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormt. Het college heeft daarom een waarschuwing gegeven. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
Appellante voerde aan dat haar verklaringen over de herkomst van de stortingen en het verblijf in België juist waren, mede vanwege haar psychische toestand, maar deze gronden zijn onvoldoende onderbouwd en kunnen niet leiden tot vernietiging van de besluiten. De Raad benadrukt dat het niet melden van het verblijf in het buitenland terecht is bestraft met een waarschuwing volgens de Participatiewet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en de waarschuwing wegens het niet melden van verblijf in België.