ECLI:NL:RBROT:2021:1892
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toeslagpartnerschap bij niet-zakelijke huur voor kindgebonden budget 2016
Eiseres stelde bezwaar en beroep in tegen het besluit van de Belastingdienst om haar toeslagpartner aan te merken, waardoor haar kindgebonden budget voor 2016 op nihil werd vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat eiseres en haar zoon samen met de vermeende toeslagpartner op hetzelfde adres stonden ingeschreven, waardoor de partnerstatus volgens de Awir van toepassing is, tenzij sprake is van een zakelijke huurovereenkomst. Eiseres kon niet aantonen dat de huurovereenkomst met een huurprijs van €0,- uitsluitend zakelijke gronden had, noch dat zij voldoende tegenprestatie leverde.
Hoewel eiseres betoogde dat zij niet gehoord was en het besluit onzorgvuldig was genomen, vond de rechtbank dat dit gebrek niet leidde tot schending van haar belangen, mede omdat zij in de beroepsprocedure haar standpunten kon toelichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het toeslagpartnerschap blijft gehandhaafd, waardoor het kindgebonden budget nihil blijft.