ECLI:NL:RBROT:2021:2197
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rijgeschiktheidsonderzoek en schorsing rijbewijs na rijden onder invloed
Eiser werd op 14 augustus 2019 aangehouden wegens rijden onder invloed met een bloedalcoholgehalte van 3,03‰. Verweerder legde op grond hiervan een rijgeschiktheidsonderzoek op en schorste het rijbewijs van eiser. Eiser betwistte dat hij had gereden en overhandigde getuigenverklaringen ter onderbouwing, maar deze werden onvoldoende geacht vanwege hun subjectiviteit en het feit dat zij pas na het besluit waren opgesteld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht afgaan op het proces-verbaal van de politie, dat op ambtsbelofte was opgesteld en waarin de verbalisanten hun waarnemingen hadden vastgelegd. Na bevestiging door een verbalisant dat eiser daadwerkelijk bestuurder was, vond de rechtbank dat met voldoende zekerheid was vastgesteld dat eiser onder invloed had gereden.
De rechtbank benadrukte dat het bestuursrechtelijke rijgeschiktheidsonderzoek losstaat van een strafrechtelijke procedure en dat voor het opleggen van het onderzoek geen wettig en overtuigend bewijs vereist is, maar voldoende mate van zekerheid. Tevens is er geen ruimte voor belangenafweging op basis van persoonlijke of financiële omstandigheden.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef het besluit tot onderzoek en schorsing van het rijbewijs in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van het rijgeschiktheidsonderzoek en de schorsing van het rijbewijs is ongegrond verklaard.