Uitspraak
200804453/1), een bestuursorgaan, in dit geval het CBR, in beginsel mag uitgaan van de juistheid van een op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. Volgens het proces-verbaal van bevindingen van 24 december 2010 kregen verbalisanten om 00:20 uur die dag kennis van een aanrijding. Toen zij ter plaatse aankwamen, zagen zij een geparkeerde personenauto. Zij troffen [appellant] aan op de bestuurdersstoel. De bijrijder verklaarde dat [appellant] de stuurinrichting had gebruikt tijdens het aanduwen van het voertuig. Voorts verklaarde een getuige dat [appellant] als bestuurder was opgetreden tijdens het aanduwen van het voertuig. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd, heeft de rechtbank terecht en op goede gronden geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het CBR niet mocht uitgaan van de juistheid van de inhoud van het proces-verbaal. De omstandigheid dat de bijrijder nadien is teruggekomen van zijn eerder afgelegde verklaring biedt daarvoor onvoldoende grond. De rechtbank heeft voorts terecht geoordeeld dat [appellant] bestuurdershandelingen heeft verricht, nu hij door tijdens het aanduwen van het voertuig de stuurinrichting te gebruiken invloed op de voortbeweging en rijrichting van het voertuig heeft gehad.