Eiseres, eigenaar van elektriciteits- en gasnetwerken op een bedrijvenpark, kreeg een aanslag precariobelasting opgelegd voor kabels en leidingen in gemeentegrond. Zij stelde dat vanwege een recht van opstal geen belasting geheven kon worden. Verweerder voerde aan dat dit recht slechts voor de helft van de percelen geldt.
De rechtbank stelde vast dat geen precariobelasting kan worden geheven voor kabels en leidingen op percelen waarop een recht van opstal rust. De door verweerder overgelegde kaarten en toelichting maakten aannemelijk dat dit voor de helft van de kabels geldt. Eiseres kon dit onvoldoende weerleggen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het eigendomsrecht en het recht van opstal geen contractuele gedoogplicht scheppen die het heffen van precariobelasting voor de andere helft uitsluit. Ook was er geen sprake van misbruik van bevoegdheid door verweerder. De aanslag was tijdig opgelegd en het zorgvuldigheidsbeginsel was niet geschonden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, stelde de aanslag vast op de helft van het oorspronkelijke bedrag en veroordeelde verweerder in de proceskosten en het griffierecht.