Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De vordering in de hoofdzaak
4..Het verweer
5..De beoordeling
niettussen [eiseres] en [gedaagde 1] en evenmin tussen [eiseres] en [gedaagde 2]. Ook is het arrest niet bindend voor [eiseres]. De bevoegdheid van FNV voor anderen in rechte op te treden treedt immers niet in de plaats van de bevoegdheid van [eiseres] zelf.
modelvan [gedaagde 1] bij de uitvoering van de opdrachten het feitelijk gezag bij [gedaagde 1] berust. Met de nationaliteit van de werknemers heeft dat niets van doen, zoals [eiseres] kennelijk veronderstelt.
nietdeden. Haar conclusie uit die opsomming is dat bedrijfsproces en werkwijze werden bepaald door de leidinggevenden van [gedaagde 2] en dat de coördinatoren van [gedaagde 1] slechts een tolk- en communicatiefunctie vervulden.
gezagover de medewerkers op de werkvloer bestaat niet in, en beperkt zich ook niet tot, het dirigeren door software via de hoofdtelefoon van de werknemer van en naar de plaatsen waar hij zijn orders “pickt” en aflevert en ook niet, als dat al zou vaststaan, ([gedaagde 1] bestrijdt dat immers), als de medewerker van [gedaagde 2] op zijn scherm zou kunnen zien of er bij het orderpicken een fout werd gemaakt en de werknemer daarop zou kunnen wijzen.
)zijn daarom niet toewijsbaar. Voor verwijzing naar de schadestaatprocedure bestaat geen grond.