Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
- het medeplegen van voorbereiding van een terroristisch misdrijf (feit 1 primair);
- het medeplegen van het volgen en ondergaan van een training met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf (feit 1 subsidiair);
- het medeplegen van deelneming aan een organisatie met terroristisch oogmerk, te weten IS dan wel een organisatie bestaande uit in ieder geval de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte] (feit 2).
3..Aanleiding onderzoek
4..Preliminair verweer
5..Eis officier van justitie
6..Waardering van het bewijs
“ik word opgepakt of ik word shaheed (martelaar)”. Op één van zijn telefoons werden recepten/handleidingen aangetroffen voor het maken van ammonium nitraat en een molotovcocktail (onderdeel G).
“probeer het te leren”(onderdeel D).
waaromhij explosieven wilde leren maken. Bovendien wilde [naam medeverdachte] niet alleen kennis verwerven over hoe explosieven te maken, hij vroeg aan de politie-infiltrant ook om explosieven (IED’s) die op afstand vanaf een andere plaats kunnen afgaan en om zes bomvesten. Ook wisselden [naam medeverdachte] en [naam verdachte] onderling IS video’s uit waarin (wordt uitgelegd hoe) (zelfmoord)aanslagen tegen de ongelovigen (kunnen) worden gepleegd en verheerlijkt.
“de tijd is aangebroken om te strijden”en
“ik word opgepakt of ik word shaheed (martelaar)”,kunnen niet anders worden geduid dan dat beide verdachten een aanslag of aanslagen wilden plegen in Nederland en daarvoor kennis vergaarden en bezig waren middelen te verkrijgen.
l((en) en/of
7..Strafbaarheid feiten
8..Strafbaarheid verdachte
9..Motivering straf en maatregel
10..In beslag genomen voorwerpen
11..Toepasselijke wettelijke voorschriften
12..Bijlagen
13..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaar;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr;
- verklaart
verbeurdals bijkomende straf voor feit 1 primair: de achter nummers
1, 2, 6, 7, 18 en 20genoemde voorwerpen;
teruggave aan de verdachtevan: de achter nummers
3, 5, 8, 9, 10, 11, 12 tot en met 17 en 19genoemde voorwerpen;
bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan: het achter nummer
4genoemde voorwerp.