Uitspraak
1.Geding in cassatie
Jabhat al Nusra, en/of
3.Beslissing
11 juni 2019.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigd. De zaak betreft de voorbereiding en bevordering van moord en doodslag met terroristisch oogmerk door de verdachte, die onderweg was naar Syrië om deel te nemen aan de gewapende strijd.
Het hof stelde vast dat verdachte onder meer contact had met zijn broer in Syrië, een auto had gehuurd voor de reis, geld en combatkleding bij zich had, en dat WhatsApp-gesprekken tussen hem en zijn broer zinsneden bevatten die wezen op het voorbereiden van gewelddadige handelingen. Het hof concludeerde dat moord en doodslag onderdeel waren van de gewapende strijd in Syrië en dat verdachte het oogmerk had deze misdrijven voor te bereiden en/of te bevorderen.
De Hoge Raad bevestigde dat voor een bewezenverklaring van voorbereiding of bevordering van de in art. 289a Sr genoemde misdrijven geen nadere concretisering naar tijd, plaats of wijze vereist is, maar dat voldoende bepaaldheid over het misdrijf volstaat. Het oordeel van het hof was niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd. Het beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring voorbereiding en bevordering moord en doodslag met terroristisch oogmerk en verwerpt cassatieberoep.