De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak over de schadeloosstelling voor de onteigening van appartementsrechten gelegen in een blok met funderingsproblemen. De deskundigen stelden de waarde van het onteigende vast op €260.000, waarbij rekening werd gehouden met herstelkosten van de fundering van €75.000. De gemeente betwistte deze waardering, maar de rechtbank volgde het deskundigenrapport.
De rechtbank oordeelde dat een premie uit handen breken van 3% op de waarde van het onteigende passend is vanwege de krappe woningmarkt, ondanks dat dit begrip traditioneel op agrariërs ziet. Verder werd vastgesteld dat de appartementen als duurzame belegging kwalificeren, waardoor wederbeleggingskosten van 10% van de koopsom van het vervangende onroerend goed vergoed worden.
Huurderving werd vastgesteld op €10.650, waarbij de rechtbank een kortere periode na de peildatum aannam dan de deskundigen. Het nadeel door vertraagde schadeloosstelling werd begroot op €7.600, gebaseerd op gemiste huurinkomsten. Tot slot werden de proceskosten en kosten van deskundigen aan de zijde van de gedaagde volledig toegewezen aan de gemeente.