Eiseres, een slachterij, kreeg een boete opgelegd wegens zichtbare verontreiniging van varkenskarkassen met mest en gal na afloop van het slachtproces, vastgesteld door toezichthouders van de NVWA. De overtreding betrof het niet onmiddellijk verwijderen van deze verontreinigingen, in strijd met Verordening 853/2004.
Eiseres voerde aan dat de constatering te vroeg was en dat zij nog opknaphandelingen uitvoerde na de postmortemkeuring, waardoor de boete onterecht zou zijn. Ook stelde zij dat zij ongelijk werd behandeld ten opzichte van andere slachterijen en dat de boete disproportioneel was. De rechtbank oordeelde dat de toezichtrapporten betrouwbaar waren en dat de overtreding terecht was vastgesteld, omdat de controle plaatsvond na het eigen HACCP-controlepunt van eiseres en vóór de koeling.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel wegens gebrek aan onderbouwing en wees op het verbod op afspoelen van bezoedelingen. De overschrijding van de beslistermijn leidde niet tot matiging van de boete. De verhoging van de boete wegens recidive was gerechtvaardigd. Het beroep werd ongegrond verklaard.