Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
en [naam eiser 4] ,uit [vestigingsplaats 2] , eiseressen (hierna: eisers)
De rechtbank heeft het onderzoek heropend. Verweerder heeft nadere stukken ingediend. Deze zijn aan eisers toegezonden. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.
De last onder dwangsom is opgelegd, omdat op 20 juni 2019 tijdens een controle (hierna: de controle) door toezichthouders een aantal overtredingen is geconstateerd. In de eerste plaats was de toezichthoudende medewerker niet op de hoogte van handelingen die moeten worden verricht bij een incident of calamiteit met LPG. Daarnaast waren de instructies voor calamiteiten en incidenten met LPG niet duidelijk zichtbaar en leesbaar bij de werkplek van de toezichthoudende medewerker aanwezig en kon het LPG-veiligheidsblad niet worden getoond. Verder ontbraken in het installatieboek verklaringen van medewerkers dat zij op de hoogte zijn gesteld en op de hoogte zijn hoe zij veilig kunnen werken met LPG en de juiste maatregelen kunnen treffen bij een incident of calamiteit.
Beoordeling door de rechtbank
Is sprake van een overtreding?
Eisers stellen in de eerste plaats dat alle medewerkers van [naam eiser 1] pas aan het werk mogen nadat zij een LPG-instructie hebben ontvangen. Daarnaast volgen zij jaarlijks de LPG-training. De medewerker die tijdens de controle aan het werk was, had volgens eisers dan ook kennis van de handelingen die in geval van een incident of calamiteit moeten worden verricht. Eisers stellen in dit verband dat de controle erg rommelig verliep. Bovendien zijn de opleidingsbewijzen achteraf alsnog verstrekt, zodat vaststaat dat de medewerkers zijn geïnstrueerd en de training hebben gevolgd.
Daarnaast stellen eisers dat zij met foto’s hebben aangetoond dat de veiligheidsinstructies bij de werkplek aanwezig waren. De toezichthouders hebben de instructies tijdens de controle niet waargenomen. Eisers noemen in dit verband opnieuw het rommelige verloop van de controle. Zij betwijfelen de juistheid van het controleverslag, omdat dat pas ruim twee maanden na de controle is opgemaakt. In het verslag staat slechts dat tijdens de controle geen LPG-instructie voorhanden was, maar er zijn geen foto’s bij het verslag gevoegd.
Eisers stellen verder dat de medewerkers op de hoogte zijn van alle instructies met betrekking tot veiligheid, incidenten en calamiteiten. Dat was niet aangetekend in het logboek, maar volgens eisers is de veiligheid daardoor niet in het geding geweest. De instructies zijn gegeven en alleen de bevestiging in het logboek ontbrak. Volgens eisers zijn de verklaringen na de controle alsnog opgenomen in het logboek. Voor zover sprake was van een overtreding, is die dus ongedaan gemaakt.
Volgens verweerder hebben de toezichthouders tijdens de controle geconstateerd dat de toezichthoudende persoon niet op de hoogte was van de LPG-veiligheidsvoorschriften en de procedure bij een LPG-incident of calamiteit. De toezichthoudende persoon moet volgens de artikelen 5.67 en 5.68 in ieder geval op de hoogte zijn van de LPG-veiligheidsvoorschriften gedurende normale omstandigheden en van de noodzakelijke te verrichten handelingen bij een LPG-incident of calamiteit. Tijdens de controle is geconstateerd dat de toezichthoudende persoon een aantal vragen over LPG niet kon beantwoorden. Bij de zienswijze zijn certificaten van e-trainingen van medewerkers meegestuurd, maar die dateren van na de datum van de controle. Daarnaast ontbraken de verplichte verklaringen van medewerkers in het logboek. Volgens verweerder hebben de toezichthouders terecht geconcludeerd dat de toezichthoudende persoon onvoldoende kennis had.
Volgens verweerder hing er tijdens de controle geen LPG-instructie bij de kassa en kon het LPG-veiligheidsblad niet worden getoond. Er was slechts een algemene instructie zichtbaar. Met de foto’s die eisers na de controle hebben toezonden kan volgens verweerder niet worden aangetoond dat deze instructies op 20 juli 2019 aanwezig waren in het tankstation. Verder stelt verweerder dat op de foto van de noodprocedure niet is te zien bij welk tankstation deze is genomen. Deze noodprocedure van 1 april 2017 verwijst naar de OK-manager, terwijl [naam eiser 1] het tankstation aan de [adres] pas sinds maart 2018 exploiteert. Daarnaast is gebleken dat een van de telefoonnummers op de nagezonden foto buiten gebruik is; de instructie is dus verouderd.
Tijdens de controle is geconstateerd dat in het installatieboek (logboek) ondertekende verklaringen van de toezichthoudende medewerkers ontbraken. Het aanwezige personeel heeft de verklaringen ook niet kunnen tonen. Bij de zienswijze zijn certificaten van e-trainingen van medewerkers meegestuurd, maar dat is volgens verweerder iets anders dan de jaarlijks te herhalen ondertekende schriftelijke verklaring van de medewerkers en bovendien zijn de certificaten van na de controledatum. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het opnemen van ondertekende verklaringen van de medewerkers in het installatieboek niet slechts een administratieve handeling is. Het is ook een controlemiddel voor het bevoegd gezag en een veiligheidswaarborg voor het personeel. Omdat een mondelinge LPG-instructie volstaat, is een ondertekende verklaring van het personeel van belang als bewijsdocument. Verweerder benadrukt dat het van groot belang is dat het personeel, waaronder ook tijdelijk personeel, bekend is met de LPG-instructies en weet hoe bij een incident gehandeld moet worden. Artikel 5.68, vijfde lid, van de Activiteitenregeling stelt de aanwezigheid van de ondertekende verklaringen in het logboek als harde eis naast de opleiding.
Rechtvaardigen de overtredingen de oplegging van een last onder dwangsom?
In dit geval zijn drie overtredingen aan de orde. Verweerder is uitgegaan van de overtreding met de hoogste categorie in de interventiematrix. Dat is de overtreding ten aanzien van de kennis van handelingen in geval van incident of calamiteit. Bij de controle is geconstateerd dat de toezichthoudende persoon in het tankstation niet voldoende op de hoogte was van de noodzakelijk te verrichten handelingen bij een incident of calamiteit. Verweerder heeft die overtreding ingeschaald in categorie C3 van de interventiematrix.
Volgens het Beleidsplan is bij categorie 3 (“van belang”) sprake van een aanmerkelijk risico dat de bevinding maatschappelijke onrust geeft en/of milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant en dier) tot gevolg heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de ernst van de overtreding in redelijkheid kunnen aanmerken als categorie 3. De veiligheidsrisico’s en de mogelijke gevolgen voor personen in het tankstation en voor de omgeving bij incidenten of calamiteiten met LPG geven daar voldoende aanleiding voor.
Zoals onder 7.5 is overwogen, kon verweerder alle vier de vennootschappen aanmerken als overtreder. Het is in overeenstemming met het handhavingsbeleid van verweerder om bij overtredingen zoals hier aan de orde tot bestuursrechtelijke handhaving over te gaan en de overtreder niet eerst te waarschuwen. Het is naar het oordeel van de rechtbank niet onevenredig dat verweerder dit beleid op gelijke wijze heeft toegepast op alle overtreders.