In deze zaak vordert Grobel VI B.V. betaling van een huurachterstand, een boete wegens te late betaling en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van [gedaagde01], die een bedrijfsruimte huurde en de huur niet steeds tijdig betaalde. De huurovereenkomst eindigde per 1 oktober 2022 met wederzijds goedvinden.
[gedaagde01] beriep zich op huurprijsvermindering vanwege verminderde inkomsten door de coronapandemie, naar aanleiding van een prejudiciële beslissing van de Hoge Raad. De kantonrechter overweegt dat de huurder onvoldoende gegevens heeft aangeleverd om de huurprijsvermindering volgens de vastelastenmethode te berekenen en wijst het beroep af.
De gevorderde huurachterstand van €15.053,53 en een boete van €2.700,00 worden toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten worden gematigd tot €686,25. Na verrekening van de betaalde waarborgsom resteert een betalingsverplichting van €13.974,78. Daarnaast wordt [gedaagde01] veroordeeld in de proceskosten van €1.306,41. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.